
Op de buiglijn is de temperatuuruniformiteit cruciaal: dit bepaalt of een curve geschikt is voor gebruik of dat deze moet worden weggegooid. Standaardverwarmingsapparaten verwarmen het hele malmodel, maar glas heeft een gecontroleerd warmtestroompatroon nodig – warmer op het hoogste punt en koeler aan de randen – zodat er geen scheuren optreden door thermische spanningen. Het gebruik van maximale warmte is verspilling; dit vereist bovendien dat de procescyclus langer duurt om consistentie te bereiken.
Wat we technisch doen We gebruiken gecompartimenteerde verwarmingssystemen met modulaire kwarts-emitters die bestemd zijn voor industriële toepassingen. Elk compartiment heeft zijn eigen vermogen en besturing, zodat er alleen warmte wordt toegepast waar het echt nodig is. De modulen reageren snel en behouden een constante temperatuur over het hele oppervlak. Het kwartsmateriaal zorgt er bovendien voor dat de uitgangstemperatuur stabiel blijft, zelfs na herhaalde warmtedoorstromingen. Het resultaat is een betrouwbaar warmtestroompatroon dat elke keer weer kan worden gebruikt.
Waarom dit past bij het buigproces Gecompartimenteerde verwarming helpt bij het snel opwarmen van het glas en vermindert de kans op oververhitting aan de randen. Hierdoor kan er meer glas per tijdseenheid worden gebogen, zonder dat de oven onder te hoge druk komt te staan. De energieverbruik neemt af, omdat er geen warmte wordt toegepast in gebieden die niet worden gebruikt. Bovendien wordt de elektrische installatie minder belast. Op de praktijksterrein leidt dit tot meer consistente resultaten, minder optische vervormingen en een reproduceerbaar resultaat, waardoor de opbrengst hoog blijft.
Wat er nodig is om het goed te laten werken Gecompartimenteerde verwarming moet worden aangepast aan de geometrie van het malmodel en de grootte van het glas. De besturing moet ook worden afgestemd op de snelheid van het productieproces en de emissiviteit van het glas. De installatie is eenvoudig, maar er moet wel goed worden geïnstalleerd, zodat elk compartiment op het juiste niveau blijft. Plan de implementatie samen met het onderhoudsteam, zodat er zo min mogelijk stilstand is en de overgang tussen verschillende productiesnelheden soepel verloopt.